Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0141_0141_11778 - Terugkerende dode te Mannekensvere

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Dat was onder d’oorloge en mijn joengens (kinders) sliepen op de zolder, m’ (we) woonden wieder (wij) ton (dan) niet in ons eigen huis. En mijn joengens zeien altijd, vader ’t komt hier altijd een vent op de zolder met een groten hoed en een baard van dat (die) langde (lengte). En de mensen van neffens de deure zagen dat ook. en ‘k gingen ik ook naar boven gaan slapen en ‘k zagen ik dat ook, en die schrik pakte mijn zo, dak kik niks dosten (durfde) doen of zeggen. En binst den dag niks zien he. Dat deed rare wè (hoor), en me (wij) zijn wieder (wij) daar weggegaan. Dat was ook een die werekeerde of etwa (iets).

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Een familie verbleef tijdens de oorlog in een ander huis. De kinderen die op de zolder sliepen, zagen 's nachts altijd een man met een grote hoed en een lange baard verschijnen. Toen de vader de vreemde verschijning ook zag, was hij zo bang dat hij met zijn gezin ergens anders onderdak zocht. Die vreemde verschijning was wellicht een teruggekeerde dode.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
125
Tijdens de oorlog (wellicht WOI)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Mannekensvere    Mannekensvere