Hoofdtekst
’t Was daar nen boer en ie kostege geen beuter meer keernen. Ulder hof was betoverd. De keern was olsan vul schimmele. Z’hên de pater g’haald, en ’t hè lange gedeurd om ’t kwaad te belezen.
Beschrijving
Een boer die geen boter meer kon karnen, liet de pastoor komen. De boerderij van de boer was betoverd en de melk was beschimmeld. De pastoor heeft veel tijd nodig gehad om dat kwaad te overlezen.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
187
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Harelbeke   
