Hoofdtekst
Hier is een verhaal die rond 1880 moet gebeurd zijn. Mijn vader was van 1863 van geboorte en was 17 jaar als hij met moeder naar de paters geweest is naar Gent, dus van 1880.Mijn vader was woonachtig te Volkegem, hij en zijn oudste broer hadden een weefgetouw met de hand en mijn vader had een boerderijtje van een koe of vier, en het was ook café, zij hadden ook nogal een goed kliënteel. Op een avond was daar een man in huis [die] in Volkegem woonde, bijgenaamd den Oliebaas en die de naam had van tovenaar. Hij ging mee naar de stal om de koeien te voeieren hetgeen zij niet garen hadden, maar ja, ze zeiden toch niets. De week daarop moest er boter gemaakt worden en wat zij ook deden, er was geen boter te bekomen. Teneinde raad ging mijn vader mee naar Gent met moeder bij de paters en die kreeg de raad een noveen te doen van 9 dagen en telkens een paternoster te bidden in het bijzijn van het gans gezin. En den 9den dag ging den dader in het huis komen en terwijl ze bezig waren met lezen, het was op Kerzelaar zagen ze hem afkomen, den Oliebaas e, hij kwam binnen maar moeder had al haar voorzorgen genomen en gezegd dat ze hun moesten kalm houden. Hij vroeg hem een glas bier en moeder antwoordt dat er van hem geen bier meer was en dat hij daar niet meer gewenst was, van waar hij al brommen voortging. En den dag daarop moesten ze karnen, dus boter maken en alles ging weer normaal. Wel dat moeder haar voorzorgen genomen had of hij ging daar wat beleven. Dat is echt gebeurd.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man had in Volkegem een boerderij met zo’n vier koeien en een café dat goed draaide. Op een avond had men op de boerderij bezoek van een man die ervan werd verdacht een tovenaar te zijn. Hoewel de mensen dat niet graag hadden, ging die man mee wanneer men de dieren in de stal ging voederen. Een week later kon men op de boerderij geen boter meer maken. De boer ging naar de paters van Gent, van wie hij de raad kreeg om een noveen te doen en telkens een paternoster te bidden met het hele gezin. Op de negende dag zou de dader langskomen. Toen men op de negende dag op die boerderij zat te bidden, zag de boerin de tovenaar aankomen. Hij vroeg een gals bier, maar men weigerde hem iets te geven en zei dat hij daar niet langer gewenst was. De tovenaar vertrok brommend. De volgende dag kon men op die boerderij opnieuw boter maken.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (zuiden)
30A
Omstreeks 1880
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Leupegem   
Plaats van Handelen
Volkegem   
Gent   
