Hoofdtekst
44 En die was toen gelopen op Linde, Martenslinde. Daar had de ‘sjóófet’ in een boske een hol, waar hij woonde. En toen hij daar aan dat hol kwam, toen zag de ‘sjóófet’ dat er daar nog meer (mensen) geweest waren. En toen die al rondgekeken en toen liepen daar drie kinderen. En toen zei de ‘sjóófet’: "Ja maar, ja maar, wat doet gij nog hier zo laat?" "Ja, we zijn verdwaald en we vinden de weg niet meer." "Vanwaar zijt ge?" "Ja, van Martenslinse." "Kom," zei de ‘sjóófet’, "zet u maar op m’n rug. Ik breng u naar huis." En ze zetten zich alledrie op de ‘sjóófet’ z’n rug en ze hielden zich aan mekaar vast, en de ‘sjóófet’ met hun op Martenslinde aan tot waar ze woonden. En daar zette hij ze neer. Want de ‘sjóófet’ die kon vliegen door de lucht! En die zette ze neer aan de deur van het huis en toen zei de ‘sjóófet’: "Nu, zijt maar blij dat ge hier zijt, want nu ben ik moe van u allemaal hier zo ver te brengen. Nu ben ik ferm vermoeid. Nu denk ik dat ge me in het vervolg met rust zult laten en me niet meer plagen, want op me fluiten, dat wil ik niet hebben," zei hij. Natuurlijk, toen hebben ze gezegd dat ze het nooit niet meer zouden doen en toen is de ‘sjóófet’ verder gegaan en die is in z’n hol gekropen. Maar die kinderen hadden dat toch wel gemerkt en toen hebben die dat weer verklapt in Martenslinde. Toen zijn er verschillende met geweren gegaan en hebben daar in het hol gaan schieten en hebben de ‘sjóófet’ daar doodgeschoten. Toen is hij daar begraven. Dat is toch erg, hé.I Ja, eigenlijk erg, ja.45 [lacht luid]3 Een mooi verhaal, hé.I Ja, heel mooi.3 En een lang verhaal [lachend]/45 Ik zeg tegen Bertha aan telefoon, ik zeg: "Bertha," zeg ik, "daar hebben we vroeger wel van gehoord," zeg ik, "van een ‘sjóófet’. Maar pa (= † Martinus Kellens - Hertogen, Erhemstraat 1) heeft die niet meer gekend of niks ‘nemé’."44 Wöllem Looikes (= † Willem Cleuren - Loyens, Smisstraat), die kon daar goed van vertellen, want van de heks ook. I Welke heks?Mai, wacht nu wat.Laat Maike eens voortvertellen.
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
De sjoofet woonde in een hol in Martenslinde. Op een avond zag de sjoofet drie kinderen die verdwaald waren en hij sprak: "Kom, zet jullie maar op mijn rug. Ik breng jullie wel naar huis". De sjoofet vloog door de lucht en bracht de kinderen naar huis, waarna hij sprak: "Nu ben ik moe van jullie helemaal tot hier te brengen! Ik denk dat je me nu de volgende keer wel met rust zal laten en mij niet meer zult plagen. Ik heb het niet graag als iemand naar mij fluit". Hoewel de kinderen beloofd hadden dat ze de sjoofet niet meer zouden plagen, verklapten ze aan iemand de schuilplaats van de vurige verschijning. Daarop zijn enkele mannen naar het hol in Martenslinde geweest, waar ze de sjoofet hebben doodgeschoten.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
44D 603
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlijtingen   
Plaats van Handelen
Martenslinde   
