Hoofdtekst
Ip een hofstee in Izegem skilde er entwodde an de koeien, ze han geen melk meer. ’s Nachts was er oltied een beeste te zien. ’t Was liek een katte. Nen geestelijke die kwam zei dat ’t kwoad in nen pit (put) in de wee (weide) zat. Ze giengen er noa toe met nen stok. Die priester begost te lezen en een vint moste een vier anleggen in den eerd oem die beeste te verbranden. Je zei tegen die vint dat ne nie moste benauwd zien. Die beeste kwam mee toet an den heerd, mo die vint durfde doa ne meer bluven. Je liep weg. De priester moste nu olles alleene doen en je moste liezen dat ne zwitte. Die beeste is toch verbrand gerocht, mo die priester hèt er de doeod van gedoan oemdat diene vint nie ha willen helpen. Sedert dat ’t Sint-Jansevangelie gelezen is, is da kwoad stif verminderd.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
Beschrijving
Op een boerderij in Izegem gaven de koeien geen melk meer. 's Nachts liep er altijd een dier rond, dat op een kat leek. De pastoor beweerde dat het ongeluk werd veroorzaakt door een dier dat in een put in de weide zat. Daarom ging de geestelijke naar de put, samen met een man die de opdracht kreeg om een vuur aan te leggen zodat het dier kon verbrand worden. Omdat de man bang wegliep, moest de geestelijke alles alleen afwerken. De geestelijke bleef bidden tot hij helemaal bezweet was en slaagde er uiteindelijk in het dier te verbranden. Uiteindelijk is de geestelijke echter gestorven omdat hij alles alleen had moeten doen. Sinds het bestaan van het Sint-Jansevangelie is er lang niet meer zoveel kwaad in de wereld.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
145
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Izegem   
Plaats van Handelen
Izegem   
