Hoofdtekst
Dwaaslichte hem ik van ze leve gezien. As ik no de catechismus gink. En ik zei "zie’s wa een lelijk licht".En ons moe zei "da’s ne man mee een lanteerne". Ma die wist zelf genoeg dat da nie waar was. En ze zei "dan zal ik ma meegaan". En da licht goenk op en neer en dan, boef!, ’t was weg.
Beschrijving
Een meisje dat naar de catecheseles ging, zag een dwaallichtje. Haar moeder zei dat het een man met een lantaren was, maar toch ging ze met haar dochtertje mee.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
50
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
