Hoofdtekst
Ik heb ne keer verdoold gezeten tussen Ardooie, Koolskamp en Lichtervelde. Ik liep altijd maar weg en were, maar ik en koste niet weg. Rond ten elven komt er daar een oud mannetje met een melkpinte. Ik vroeg of hij mij perten speelde. Dat was achter de verkeersstrate. Ik kwam aan heel den anderen kant uit. Ik zage ne lucht: Nollets. Ze waren nog aan ’t bollen toe ’t Aanwijs. K’heb daar ton nog een partijtje meegespeeld.
Beschrijving
Een man raakte verdwaald tussen Ardooie, Koolskamp en Lichtervelde. Omstreeks elf uur zag de man een oude kerel met een melkglas voorbijkomen.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (houtland)
209
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
Plaats van Handelen
Ardooie   
Lichtervelde   
Koolskamp   
