Hoofdtekst
’t Wos hier niet verre van een schone hofstee en z’han daar twee schone peerden, en up ne keer kwam daar ne schone typ kijken naar die peerden, en je zei tegen de boer: "Mag ik er ne keer mee rijden?" maar den boer wilde die peerden niet in vreemde handen geven en je zei dat in ’t gehele niet koste zijn, en diene rare gast ging voort, maar den dag derachter die twee peerden waren olle twee ziek, z’han de plage aan de poten en ze waren geheel kreupel.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij in Wijtschate had men twee mooie paarden. Op een dag kwam een man naar die paarden kijken. Hij vroeg aan de boer: "Mag ik er eens op rijden?", maar de boer weigerde. Twee dagen later leden de paarden aan een ziekte, waardoor ze kreupel werden.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
298
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wijtschate   
Plaats van Handelen
Wijtschate   
