Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0103_0103_30176

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Pietje Margrietens Jef dat was vroeger nen groten boer. Hij beloofde ne keer van zoveel zakken koren aan den armen te geven als dat ie graantjes op ’t gat van een meuke kon leggen. Zie, hij kon dat niet doen, en ’t werd daar ook lijk gespookt. Hij had ne jongen die paster was en hij vroeg hem om dat te ontdoen. “Ik zal het doen”, zei ’t ie, “maar ’t zal mijn dood kosten.” En diene jongen is stillekens aan uitgeteerd.

Onderwerp

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

SINSAG 0410 - Der gebannte Geist.    SINSAG 0410 - Der gebannte Geist.   

Beschrijving

Een rijke boer had beloofd dat hij zoveel zakken koren aan de armen zou geven als men graantjes in het achterste deel van een zak kon leggen. Omdat de boer die belofte niet kon volbrengen, begon het te spoken op zijn boerderij. De boer liet zijn zoon, die pastoor was, het kwaad verdrijven. De jongen zei: "Ik zal het doen, maar het zal mijn dood kosten". Die jongen is stilaan uitgemergeld.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
202
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Nederbrakel    Nederbrakel