Hoofdtekst
’t Was hir een man van Houtkerque en hij toecheerde maar twee zijn geld, en hij hadde zijn portefeuille vergeten in de pharmacie en hij ging were, en zij was daar niet meer. En’n ging naar den deken. En den deken zei: “’k Gaan mijn beste doen”. En deur at’n stijf las enè, hij wiste wien dat ’t was. Maar ze wilde’t niet weregeven, maar z’n heeft geen chance gehad wè dat mensche!
Beschrijving
Een man stelde vast dat hij zijn portefeuille bij de apotheker was vergeten. De man ging terug naar de apotheek, maar stelde vast dat zijn portefeuille daar niet meer lag. Daarna ging de man bij de deken te rade. "Ik zal mij best doen", sprak de geestelijke en hij begon te bidden. De geestelijke wist waar de portefeuille lag, maar vertelde de man dat de dief hem niet wilde teruggeven.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
467
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
