Hoofdtekst
Den nekker dat was entwod dat ze monteerden met een keten, en ze hinnikten lijk een peerd, ze liepen daar toen rond in een wee (weide) en de menschen waren verschrikt en ze peisden dat dat den nekker was.
Beschrijving
Nekkers waren farçeurs die een ketting rond hun hals hingen en hinnikten zoals een paard. De mensen geloofden dan dat de nekker in de weide liep.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (franse grens)
34
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Watou   
