Hoofdtekst
Het oud Teske was knech(t) in Riksingen en op die wenning bo'ter (= waar hij) was, waren alle möregende (= elke morgen) de manen van de pjaad gevlech (= gevlochten) en dat was de maar wa dat deed; dat was curieus van zien, wei (= hoe) schoon dat gevlech wa, en 's möreges moesten ze het dan losmaken, mè dat was wel nie alle möregende.
Beschrijving
Op een hoeve in Riksingen waar Teske als knecht werkte, waren de manen van het paard haast elke ochtend gevlochten door de maar.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
245
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Teske   
Naam Locatie in Tekst
Vrijheren   
Plaats van Handelen
Riksingen   
