Hoofdtekst
9: En mijn metje (grootmoeder) heeft nog verteld – zij woonde in Boezinge hé – ze had dertien kinderen en ze had er eens vier dood in een week tijd. En het oudste was vier jaar oud, daarvan hé, ze had dertien kinderen en het oudste was vier jaar oud en ze had er vier dood in een week tijd. En ze zijn allemaal gegaan, allemaal doodgegaan tussen de geboorte en negen jaar. En het was maar mijn moeder die overbleef. En mijn moeder, mijn metje, zei: "Ik ga eens de onderpastoor laten komen. Ik weet niet wat er hier gebeurt", zegt ze, "de kinderen zitten vol spelden en ze gaan dood ervan." En de onderpastoor zei: - dat waren dan luiken hé, het waren geen lattestoors (rolluiken), dat waren vensters die je toedeed – en hij zei: "Doe het eens allemaal dicht vanavond," zei hij, "en doe het licht uit. Je zult haar daar zien." En het was haar buurvrouw. En zij hadden boeken.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
Bij een vrouw die dertien kinderen had, waren in één week tijd vier kinderen gestorven. Alle kinderen van die vrouw zijn gestorven vóór de leeftijd van negen jaar, op één dochter na. Ten einde raad liet de vrouw de onderpastor komen. Ze sprak tot de geestelijke: "Ik weet niet wat hier gebeurt. De kinderen zitten vol spelden en ze sterven eraan". Daarop sprak de geestelijke: "Doe vanavond alle luiken dicht en doof het licht. Dan zal je de schuldige zien". De schuldige bleek de buurvrouw te zijn, die boeken bezat.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (poperinge)
9E
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   

