Hoofdtekst
In Nederename woonde Pareyns (Deweerdt). Ik heb ze gekend. Ze woonde rechtover mijn tante. Als het donderdag was, mijn tante had een jongetje, en Pareyns wijf gaf hem een piepke. “Kijk”, zei mijn tante, “ze is terug. Over vijf minuten kan ik geen weg meer met mijn kind.” En ’t was zo ook. Het is zover gekomen dat dat kind niet opgekomen is. Het was het enige jongetje dat ze had.
Beschrijving
Een jongetje kreeg een zoen van een vrouw uit het dorp die ervan werd verdacht een toveres te zijn. De moeder van de jongen had het gezien en zei: “Kijk, daar is ze weer. Over vijf minuten is er niets meer met het kind aan te vangen”. Zo was het ook. Het is zelfs zover gekomen dat de jongen niet meer groeide.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
174F
Neef van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederename   
