Hoofdtekst
‘k Hem dikkes hore zegge dat het bij de Kempsen oppe pannehoef nogal erg was mee de kaai hand. Daar hadde ze altij tegenslag inne stal. Ze ginge daarveur beeweg en no de paters. Do krege ze dan heiligdom mee da ze onder de staldorpel moeste steke. Do kwam een aad wijf om iets te vrage. Ze wil deur de staldeur binne maar ze viel voor den dorpel. Toen kwam ze niet meer terug en ’t ongeluk inne stal was gedaan.
Beschrijving
Bij de familie K. had men veel ongeluk met de dieren door toedoen van de kwade hand. Van de paters kregen de mensen heiligdom om onder de deur van de stal te steken. Toen een oud vrouwtje iets wilde komen vragen, viel ze vóór de dorpel van de stal op de grond. Omdat het vrouwtje daarna niet meer kwam, hadden de mensen geen ongeluk meer.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
486
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Olmen   
