Hoofdtekst
Bij Miel Rousselle op een hof was dadde en altijd, gelijk welken hoogdag dat er kwam geheel den nacht dervoren, mosten die mensen niet slapen. Dat was juist lijk entwie die over de zolder liep met grote kloefen aan en altijd sloegen die deuren. En als ze zij opstoên en gingen gaan kijken zagen zij niet. Als ze boven waren was er niemendolle, niemand te zien. Dat heeft zolange meigegaan tot achter den oorlog van veertiene. Ik heb dat ossan (altijd) geweten, heel mijn leven daar. Irma en Marie waren d’oude van mij (mijn leeftijd) en zij vertelden dadde. De jongens van Rousselle vertelden dadde en iedereen wiste dadde.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een boerderij in Sint-Jan gebeurden altijd vreemde dingen tijdens de nacht vóór een feestdag. De mensen hoorden iemand met zware klompen over de zolder lopen en de deuren dichtslaan. Het lawaai duurde tot 's ochtends. Wanneer men boven ging kijken, was er vreemd genoeg niets te zien.
Pas na de eerste wereldoorlog kwam er een einde aan die spokerij.
Pas na de eerste wereldoorlog kwam er een einde aan die spokerij.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
1
Vóór WOI
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
