Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OMATT0205_0206_18723 - Paard gevangen, beslagen en herkend.

Een sage (mondeling), (foutieve datum)

Hoofdtekst

‘k He mijn moedre horen vertellen dat er een boerinne was, een wewe (weduwe) mee twee zeuns. En dien ene zeune wierd zo magre of een grate en was toch nie ziek. Den andren was normaal. En zegt den anderen tegen de mageren: "Hoe komt da? Zij je gij ziek?" "Eh neek!" "En wat is dat en zweten daje doet." En hij lag te zweten ’t ’s nachts en te zuchten dat ’t erg was. "En wat is er toch dat je scheelt?" zei den andren. Dienen broere zegt voor zijn reden: "Dat is toch watte in da bedde." En hij zegt tegen de mageren: "We gaan ne keer veranderen van bedde." En hij had al horen klappen (spreken) van toverije en van de mare bereên zijn… en dat ot (als) er wa scheeldige (haperde) ‘t ’s nachts daje da moest pakken bij den kruisbreidele. Zo diene jongen sliep in da bedde en deed nen kruisbreidele mee en hing hem aan ’t hoofd (hoofeinde). En ot hij begost te slapen hij voel wat op hem rollen gelijk ne zak graan en eer dat ’t halfweg was pakt hij de kruisbreidele van ’t hoofd en hij smijt en hij hee watte. Hij springt erop en ’t was een peird. En je gaat ermee naar de smesse en je vraagt aan de smed voor onmiddellijk zijn peird te beslaan. Maar hij zegt: "Jongen, ’t is half nacht." "’t Is gelijk, smed, ge moet ’t onmiddellijk beslaan. ‘k Moe morgennuchting (-ochtend) vroeg voort." En de smed staat inderdaad op en beslaat da peird op alle viere zijn poten. Zo hij gaat bij (met) zijn peird naar huis en bindt het stevig vaste bij elder ander peirden. En onze ’t senuchtings opstonden, ’t wasweg en den oudsten zegt tegen zijn broere: "Goed geslapen?" "Ja, ja echt goed geslapen." Zo hij gingt zijn moedre op gaan roepen. "Moedre gaje nie opstaan?" En anders was ze altijd d’eerste op. Moeder zei: "Ah jongen, ‘k zijn ziek." En de jongen zegt: "Wa mankeert je? Moe’k nen docteur halen?" "Laat maar," zegt ze, "’t mankeert me niets." En hij trekt de sarge (deken) weg en de boerinne lag aan handen en voeten beslegen.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.    SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.   

Beschrijving

Een weduwe die twee zonen had, stelde vast dat één van haar zonen graatmager werd, terwijl de andere er heel normaal uitzag. De magere zoon lag 's nachts altijd te zweten en te zuchten in zijn bed. Op een nacht wisselden de twee zonen van bed. De gezonde zoon nam zijn voorzorgen en legde een kruisbreidel bij zijn hoofdkussen. Toen de jongen iets als een zak graan op zich voelde rollen, sloeg hij met de kruisbreidel naar het voorwerp. Daarop verscheen een paard. Nog diezelfde nacht ging de jongen met het paard naar de smid om het dier te laten beslaan. Toen dat was gebeurd, zette de jongen het paard bij de andere paarden. De volgende ochtend bleef de moeder van de twee jongens in bed liggen. "Ik ben ziek", zei ze. Eén van de jongens trok de lakens weg en zag dat de vrouw hoefijzers aan haar handen en voeten had.

Bron

O. Mattheeuws, Leuven, s.d.

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
351
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sijsele    Sijsele