Hoofdtekst
Toverije, dat bestoeg overtijd. ‘k Heb ik een zusterke gehad die alzo gevaren had. Moeder zaliger was weg en dien vent hadde bij de wiege geweest, ‘k weet niet wat dat’n gedaan hadde, een hand gepakt of aan de wiege gekommen. Z’hebben moeten naar de paters gaan met dat kind. Dien vent was een Provenare, hij hadde de name daarvan, ze zeien dat ’n boeken hadde, thuis of op hem.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man uit Proven die toverboeken bezat, kwam op een dag in de buurt van een wiegje waarin een kindje lag. De volgende dag moest men met het kleine meisje naar de paters gaan.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
338
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostcappel   
Plaats van Handelen
Proven   
