Hoofdtekst
De boer van de meulen was in Bedeuil (= Widooie) jotseme (= Mutsaarden) gaan halen, hij had ene wagen met vier pjaad (= paarden). He kwam thuis en he hoorde opeens muziek in e loch. Dat waren heksen wa aan 't spelen waren 'op Sleebereg'! De pjaad (= paarden) bleven staan; gene moyen voor ze doen door te gaan! De boer zei tegen de knech(t): 'spant ze maar uit, we gaan zo en we komen de wagen moregen halen met twie pjaad.' 's Anderendaags kwamen ze met de twie pjaad, toen zagen ze de ring nog, bo ze gedaas (= gedanst) hadden van verres. Ze gingen kieken en ene van Lauw vond doa ene gouwe kelek met ene naam op en alles. Da was van een juffrouw van Hasselt uit ene stoffewinkel. Hij is het gaan terugdragen en toen he(ef)t er hem de twie schoonste kostuums mogen kiezen! mè ze had tegen hem gezeid dat er nooit niks moogde (= mocht) vertellen.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
SINSAG 0502 - Der goldene (silberne) Becher.   
Beschrijving
Een boer die in Widooie mutsaarden was gaan halen, hoorde op de terugweg muziek van heksen die op Sleiberg een bijeenkomst hielden. Plots bleven de paarden stilstaan alsof ze aan de grond waren genageld. Omdat de dieren de kar niet meer wilden trekken, gaf de boer zijn knecht de opdracht om de paarden los te maken. Toen de boer en de knecht de volgende dag met twee paarden de kar gingen halen, zagen ze in de verte een heksenkring. Een man uit Lauw vond er een gouden beker waarop een naam en adres stond. De man ging de kelk terugbrengen naar de eigenares van een stoffenwinkel in Hasselt. Als beloning kreeg hij twee gratis maatpakken, op voorwaarde dat hij aan niemand over de kelk zou vertellen.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
566
fabulaat
'Sleiberg' is de naam van een veld in Lauw.
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Sleiberg   
Lauw   
Widooie   
Hasselt   
