Hoofdtekst
Kwestie van ‘sjóófede’, zal ik zeggen, en weerlichten en zo, dat is tot over vijftig jaar, was dat nog altijd gangbare vertelling. ’s Avonds in de huizen, dan werd de rozekrans gebeden, d’r was geen televisie, met als gevolg, ze zaten rond de Leuvense stoof. En dan begon daar ‘gemeenlek’ (= gewoonlijk) ergens een oude nonk of een gebuur, die kwam dan in en dat was zo wat een mysterieuze persoonlijkheid en die begon dan te vertellen. En wij als kind - ja, ik ben al vierenzestig jaar, dus we hebben de tijd van vroeger nog een beetje meegemaakt - en wij luisterden daar met grote oren naar. Maar hier in Val, daar waren kanten in het dorp, zal ik zeggen, zoals nu, als je nu van Meer, de ‘Mèèrebaerg’ en dan had je zo’n diepe straat. En die mens wat bij ons kwam (= † Paul Palmans - Prenten, Valmeerstraat), die wees altijd naar die diepe straat en die zei: "Daar hebben ‘sjóófede’ gezeten." Vuurbollen had hij dikwijls genoeg gezien, zei hij. Maar d’r heeft eens aan die kant, dus richting Riemst, richting Herderen dus, zoals wij hier zitten, daar heeft vroeger een soort moeras gestaan. En nu blijkt het natuurlijk dat het natuurlijk geen… Ja, ‘sjóófede’ waren het wel, maar het was eigenlijk niks speciaal; het waren dampen en die gaven dan dikwijls in het maanlicht een soort licht. Dat was de hele historie daarvan.
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
Een oude man beweerde dat in de in de diepe straat tussen Val en Meer vuurmannen zaten. In de richting van Riemst en Herderen was vroeger een moeras, waar de man vuurbollen beweerde gezien te hebben. In werkelijkheid waren het dampen die er in het maanlicht wat vreemd uitzagen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (groot-riemst)
15A 280
Kindertijd van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meer   
Plaats van Handelen
Meer   
Val   
