Hoofdtekst
Ich weet daar ooch nog 'n straat en daar kwam altijd ne witten hond. Ge kost in dat straatje nie komen of ge had hem aan u hangen. Die stond zo ineens voor u. Ja, van die dingen heb ich veel bijgewoond.
Beschrijving
In Kaulille was een straat waar altijd een witte spookhond rondliep.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (noord-west)
103
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaulille   
Plaats van Handelen
Kaulille   
