Hoofdtekst
42 D -Maar in Hillegem was het dat er ges op den toren stond en dan ze een koe bovengetrokken ôn (hadden) en dat die ...41 -In de corniche (dakgoot) van den toren stond er ges (gras) en ze trokken een koe boven en ze zagen dat ze begon te lekken (sic) en thuns : “Ze lekt! Ze lekt!” en daarmee zeiden ze lekkers en ‘t zijn lekkers gebleven.I -Maar die beest was dood hé! Die beest was dood! Ze hadden haar opgetrokken aan hare kop en en ze was versmoord.41 -Ah ja,ze zal zij beginnen haar tong uit te steken hên (zijn) zijn en ze zullen gezegd hebben : “Ze lekt! Ze lekt!”
Beschrijving
In Hillegem groeide gras in de dakgoot van een toren. Daarom besloot men een koe met een touw naar boven te trekken, zodat het dier het gras kon opeten. Wanneer de koe boven kwam, was ze dood en hing haar tong uit haar muil. Daarop riepen de mensen beneden: “Ze likt er al aan!” Naar aanleiding van dat voorval werden de inwoners van Hillegem ‘lekkers’ genoemd.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
6. Sagen - Sprookjes
oost-vlaams (groot-zottegem)
42D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lekkers (inwoners van Hillegem)   
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
Plaats van Handelen
Hillegem   
