FBECK0202_0203_230 - De Oude Biezen
Een sage (mondeling), 1947
Hoofdtekst
Op het kasteel van de Oude Biezen te Rijkhoven, daar spookte het. Mijne 'nonk' heeft daar iets meegemaakt. Alle nachten kwamen daar de paarden uit en dan konden ze ze allemaal terug in de stal krijgen, altijd behalve één dat niet binnen wou. En op een keer waren daar twee, drie knechts die dat paard wilden injagen. Zij hadden het enige keren rond de mesthoop doen lopen, maar 't werd niet moe en er was geen middel om het in de stal te krijgen. Toen het niet meer weg kon, sprong het over de mesthoop die vijf, zes meter breed was, en toen was het eens zo groot en toen het nog eens sprong was het weer eens zo groot en zo werd het groter dat ze het zagen, maar toen waren die knechts de pijpen uit. Op een muur zat daar ook altijd een zwarte kat en eens hadden ze die daar afgeslagen maar ze ging terug en toen was ze ineens weg. En de mannen die dat gedaan hadden gingen het dorp in en daar hadden ze plezier gemaakt en toen ze 's avonds terugkwamen dachten ze niet meer aan die kat , maar op die plaats zaten toen misschien wel tien katten en ze waren veel groter en die kwamen achter hen tot als ze een huis konden invluchten en daar waren ze blijven zitten tot 's morgens.Onder de mobilisatie nog wou daar geen enkele van het '8ste Artillerie' blijven, ze waren allemaal gaan lopen. Daar had vroeger een landkommandeur van de Teutonische ridderorde gezeten en toen die eens moeilijkheden had in geldzaken, had hij zijn ziel aan de duivel verkocht. En toen de tijd om was heeft de duivel hem daar kapot gemaakt. Die kamer waar hij kwam spoken, was altijd gesloten gebleven en ik weet nog dat ze die in '14 voor 't eerst opengedaan hebben voor een Duitse officier.
Beschrijving
In het kasteel van de Oude Biezen in Rijkhoven spookte het. Elke nacht liepen de paarden om een onverklaarbare reden uit hun stal. Men kon dan alle paarden terug naar binnen drijven, behalve één. Op een nacht waren enkele knechten weer bezig om dat ene paard naar de stal te lokken. Het paard sprong over de mesthoop en werd steeds groter en groter. Op een muur bij het kasteel zat ook vaak een zwarte kat. Op een dag hadden enkele mannen de kat van de muur geslagen. Toen de mannen terug voorbij die plaats kwamen, zaten er wel tien katten, die hen achtervolgden. Tijdens de mobilisatie wilde geen enkele soldaat uit de 8ste artillerie in de buurt van het kasteel verblijven. Vroeger had een landcommandant van de Teutonische ridderorde in het kasteel gewoond. De man had financiële problemen gekregen en had zijn ziel aan de duivel verkocht. In de kamer waar de duivel de man had vermoord, heeft het lang gespookt. De kamer werd voor het eerst opengemaakt in 1914 voor een Duitse officier.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947