Hoofdtekst
In Voormezele stond er ’n hofstee die ’n oud kasteel geweest wos, en dat wos olsan geplaagd door duvels. Ze vielen daar ’s nachts in met hele benden, en de boer smeet ton zakken graan up de mesthoop en de duvels mochten dat ton oprapen, en were de zakken vullen, en intussentijd ’t wos were nuchten en ze mosten were verdwijnen, en oezwo had den boer geen miserie dervan.
Beschrijving
In Voormezele stond een boerderij die vroeger een kasteel was geweest. Op die boerderij zaten 's nachts altijd duivels. Wanneer de boer zakken graan op de mesthoop gooide, moesten de duivels dat graan oprapen en de zakken opnieuw vullen. De duivels waren pas klaar met het werk tegen de ochtend, en dan moesten ze weer verdwijnen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (ieper)
339
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hollebeke   
Plaats van Handelen
Voormezele   
