Hoofdtekst
Bij schaapsboeres Gust op 't pleintje daar is het te doen. Die moet ne vreemde knecht hebben, die van 't Limburg is gekomen en die Frie boeres Gust van de maar afgeholpen heeft. Ge weet da ook, eh, da Frie anderhalf jaar drij peerden op 'n root naar 't peerdekerkhof moest slepen achter Smets boeren in den Wampenberg. En toch kon nie gezegd wörre da ie beesten inzette vol "kwaadheid". Hij, Frie boeres Gust wa dee ie? Hij ging de knecht halen en die kwam mee. Toen 't nacht werd, kroop de knecht bij Frieen op de schelft, just boven de peerdestal, springens gereed. De klok had zijn 12 uren nie uitgeslagen of ie zag langs de staldeur op de zwengel, 4 gloeiende ogen, die hem aankeken: twee van de heks, twee van de peerdekop waarop da de heks zat. Muisstil hiel zich de knecht. De heks sprong van haren peerdekop recht op 't peerd en dat sloeg en stampte dat het schuim er op kwam staan. Maar de knecht vliegt zelf op de peerdekop en daarop speelt hij nu zelf cavalier. De heks was toen afgevangen. Ze permitteerde en bad om heur peerdekop terug te geven. Maar de knecht was de eerste de best nie. "Zweert", zei ie, "zweert, da ge gene voet mer in deze stal zult zette en ge krijgt uwe kop terug." Die heks zwoer ne zwaren eed en ze verdween op ne sisser met heure peerdekop. En Frie boeres Gust heeft nooit meer last gehad met zijn peerden.
Onderwerp
SINSAG 0781 - Mahr im Stall ertappt. Gelübde nicht wieder zu kommen. (Erlösung).   
Beschrijving
Bij een boer die schapen had, werkte een vreemde knecht die uit Limburg kwam. Op een andere boerderij moest men in een periode van anderhalf jaar drie paarden naar het paardenkerkhof brengen. De knecht ging naar die boerderij en hield er 's nachts de wacht in de paardenstal. Om middernacht zag de knecht naast de staldeur vier gloeiende ogen die hem aankeken. Twee ogen waren van de heks en de andere twee waren van de paardenkop waar de heks op zat. De heks sprong van de paardenkop op de rug van één van de paarden in de stal. Het paard werd geslagen en geschopt. De knecht sprong zelf op de paardenkop, waardoor de heks hem smeekte de kop terug te geven. De knecht gaf de kop pas terug nadat de heks had beloofd nooit nog een voet in de stal te zullen zetten. De heks is vertrokken en nooit meer teruggekomen.
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps (land van turnhout)
303
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Arendonk   
Plaats van Handelen
Limburg   
