Hoofdtekst
Wat ik u nu vertellen ga, is voorgevallen in een klein Waals dorpje. Een pater kwam daar de missie preken en hij 'klapte' met de pastoor over de parochianen en daar werd de catechismus opengedaan van al wie niet naar de kerk ging. Daar was ook een meisje die van alles wist te voorspellen dat daarna uitkwam. De mensen zeiden dat ze gek was. De pater wilde er 't zijne van weten en hij ging erheen en toen hij binnenkwam, zei het meisje: 'Gij zijt pater N., in de wereld heet gij N.' en zo zei ze hem van alles wat iemand anders niet wist. Toen zei de pater: 'Kunt ge me ook zeggen hoe laat het is op mijn horloge?' Hij wist het zelf niet, want hij was aan de wijzers gaan draaien terwijl hij tegen haar 'klapte'. En ze kon het juist zeggen. Toen vertelde ze: 'Hier komt altijd iemand met een doek rond zijn hoofd en die 'hoot' mij, maar de anderen zien hem niet.' Toen ging de pater naar de bisschop en die gaf hem bijzondere macht en hij moest bidden en vasten. Tegen het meisje zei hij dat ze moest vragen wie de vreemde was en waarom hij 'hem' niet liet kennen. En toen ze weer geplaagd werd, vroeg ze dat en de vreemde zei: 'Ik ben satan, en als ge mij moest zien dan zoudt ge direct sterven.' Toen heeft de pater de duivel bezworen, maar hoe dat gegaan is, weet ik niet, maar hij is ziek in het klooster aangekomen en kort daarop is hij gestorven.Ze vertelden ook dat de duivel het meisje tegen de grond sloeg dat het kraakte, toen de pater bezig was, maar ze was toch verlost.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
In een klein Waals dorpje woonde een meisje wiens voorspellingen allemaal uitkwamen. Op een dag was er in de parochie een pater op bezoek, die eens met het meisje wilde praten. Toen de pater binnenkwam, zei het meisje: "Jij bent pater N.", en zo wist ze nog allerlei zaken over de pater te vertellen. Daarop vroeg de pater haar: "Kan je ook zeggen hoe laat het op mijn horloge is?" De pater wist het zelf niet, want terwijl hij sprak had hij met opzet aan de wijzers gedraaid. Het meisje wist het. Daarna vertelde het meisje aan de pater dat ze altijd werd geslagen door een figuur met een doek om zijn hoofd, die voor de andere mensen onzichtbaar was. De pater ging naar de bisschop, die hem bijzondere krachten verleende, en hij raadde het meisje aan om een volgende keer aan de figuur te vragen wie hij was. "Ik ben satan", antwoordde de verschijning, "en als je mij zou zien, dan zou je onmiddellijk sterven." Terwijl de pater de duivel probeerde uit te drijven, sloeg het meisje tegen de grond. De pater was erin geslaagd het meisje te verlossen, maar zelf stierf hij enkele dagen later.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
3.1 Duivels
zuid-limburgs
Van de duivel bezeten: variante 1
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opheers   
Plaats van Handelen
Wallonië   
