Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0149_0151_32022

Een sage (mondeling), donderdag 22 januari 1998

Hoofdtekst

9 E -Ah en dinge, van Servaas hier, ja kom, boer Servaas (Turtelboom Jules Achiel, Gentse Steenweg 91, landbouwer) hebt ge nog gekend of horen van klappen?II -Ja’k ja’k, horen van klappen toch nog.I -En van welk hof was die?E9 -Hier van Grotenberge.9 -Maar hij dood, hij is dood nu. Kom ja, ik heb die een keer horen vertellen, ja ‘t komt eigenlijk alletwee op ‘t zelfde ...II -Welk hof was dat?9 -Nee, nee, dat was eigenlijk zo maar een euh, dat was eigenlijk geen groot hof zo, dat was een boerderij, kom als wij nog rondreden, ‘t was een boerderij van twee paarden. Maar die komt er maar terloops in te pas, maar daar mijn nicht haar man zijn vader, Tiste Fes van Velzeke, die had geld en kwestie met zijn zuster en allez, dat kwam zover dat ze eindelijk zouden gevochten hebben dat d’er daar zou doodslag bij te pas gekomen zijn. Maar nu, hij zou nu toch iets meer willen weten hebben daaraf (daarvan), van zijn zuster. Daarmee, hij ôt (had) horen zeggen dat er in Gent een waarzegster was en mits te betalen natuurlijk kon ge daar inlichtingen bekomen, ôt (had) hij ook horen zeggen hij, daarmee, Tiste Fes heette hij, George Aerts, de grootvaoder van die Aertsen. II -Ja, ja, van die brandstoffen?E9 -Ja.9 -Tiste Aerts, Jean Baptiste Aerts heette hij.II -En “Fes” vanwaar komt dat?9 -Fes, wel ja vroeger ôn (hadden) de mensen allemaal een bijnaam hé. Tiste Fes, dat was zijn naam zo. Kom ja, Tiste Fes was naar Gent gegaan en een adres gekregen van een waarzegster en hij was hij daar naartoe gegaan. En nu komt er daar, euh,ja, hij ôt (had) gevonden waar dat dat was, zegt hij : “Madame, ik kom een keer zien of dat gij mij zou kunnen helpen.” “Ja,” zegt ze, “met wat kan ik u helpen?” “Ja,” zegt hij, “’k heb horen zeggen dat gij een waarzegster zijt.” zegt hij “Of dat gij zou iets weten van mij of voor mij.” “Ah, ja’k” zegt ze, “ik kan u veel zeggen als ge daarvoor zijt.” - zegt hij: “Weet gij eigenlijk iets?” – “Ja’k.” zegt ze, “Ik weet ik veel.” - zegt hij : “Kunt gij dat bewijzen dat ge iets weet? Ben ik getrouwd?” zegt hij – “Ja” zegt ze – “Wel, ‘t en is pertang niet waar.” zegt hij – “Wel, ‘k zal ‘t seffens zien hé.” zegt ze. En voor haar stond er zo een kastje, van zo groot allez, ongeveer, volgens dat Tiste ons heeft (verteld) een kastje van zo groot en dat was zo een beetje en dat stond zo wat en daar lag een glas op. En ze ôt (had) zo een witte doek bij haar ze wrijft daar zo een keer op, zegt ze : “Wilt ge een keer kijken?” zegt ze tegen Tiste Fes : “Wilt ge een keer kijken?”. Hij kijkt erop, zijn trouwfoto stond erop - heeft hij gezegd hé – “Ah ja” zegt hij, “vertel maar voort (verder).” zegt hij, “Ik zie dat ge iets weet.” Allez, zegt ze : “Ge hebt gisteren een haag geschoren hé.” zegt ze – “Ja’k” zegt hij – “Wel,” zegt zij “uw schoonbroer liep achter die haag met een riek voor (om) u te steken.” – “Ah, dat kan ik niet geloven.” zegt hij – “’t Is pertang waar.” zegt ze en ze zat daar zo wat te moemmelen (murmelen), ze wreef weer over dat glas met die doek, “Kijk een keer.” zegt ze en Tiste Fes keek, “Ja,” zegt hij, “’t Was mijn schoonbroer, hij staat nog achter d’haag zo met een riek, gelijk voor mee te steken.” zegt hij.(mijn vader lacht)9 -Ah ja, kom, zo zegt hij Tiste. En met Tiste dat te vertellen ôt (had) Servaas hier van Breivelde, die was dat ook te weten gekomen dat Tiste bij een waarzegster geweest ôt (was) naar Gent. En Servaas ôt (had) horen zeggen en daarmee ôt hij dat adres ook gevraagd en Servaas was ginder ook naartoe gegaan. Maar bij Servaas heeft dat een keer gebrand, maar dat was achterna maar hé, maar dat was eigenlijk voor de mevrouw van ‘t kasteel van Leeuwergem dat hij ginder, hij was ???? bij de vrouw van ‘t kasteel van Leeuwergem, dat was te zeggen hij ôt (had) daar zo ieverst (ergens) een wat land af, van ‘t kasteel en op ‘t kasteel wierden ze veel bestolen en daarvoor was Servaas bij die waarzegster gegaan en dat gezegd hé, kijk, dat ze daar bestolen wierden en dan ze graag zouden gezien, geweten hebben wie dat dat zou geweest hebben (zijn) die hen bestal. En zegt hij tegen die waarzegster : “Zoudt gij dat kunnen weten?” – “Ja.” zegt zij, “Kent gij die mensen ginder?” Ze wreef weer over dat glas en ze zag die gasten lopen met zakken en al op hun schouder dat ze bezig waren met alles weg te dragen - dat komt uit dat gezegde van die mensen hé, meer weet ik daar niet van - maar ze zeiden dat dat waar was. En van Tiste Fes daar, Tiste dat was pertang geen leugenaar, dat was zo een werker, een boer en die was niet gewend van (om) zo te liegen, hij ôt (was) er zelf bijgeweest, hij heeft mij dat verteld van dat.II -En was die van hier die Tiste Fes daar?9 -Van Velzeke, dat was mijn nicht daar, van ‘t hof te Welle daar en Tiste Fes was de overgrootvader van Lucien Aerts hier.I -En hoe is dat dan afgelopen die ruzie tussen die twee?9 -‘k Heb toch niet gehoord, allez, hij heeft toch niet gezegd dan ze thuns (dan), dat er daar moorden van gekomen zijn, bijvoorbeeld.II -En de die hebben ze thuns (dan) gevonden, die mannen die daar weesten (gaan) stelen ôn (waren)?9 -Dat weet ik ook niet, ze hebben ze miscchien gekend hé en dat is al dat ik daar van weet.

Beschrijving

Een man die ruzie had met zijn zus, ging bij een waarzegster in Gent te rade. De man sprak tot de waarzegster: "Kan jij bewijzen dat je helderziend bent? Ben ik getrouwd?" De waarzegster antwoordde "Ja", maar de man zei dat hij niet getrouwd was. Daarop zei de waarzegster: "Dat zullen we zometeen zien". De waaarzegster wreef met een witte doek op een glas dat op de kast stond. Daarna verscheen in dat glas de trouwfoto van de man. De waarzegster vervolgde: "Gisteren heb je je haag geschoren. Je broer liep met een mestvork achter je aan". De man keek ongelovig, maar de waarzegster liet in het glas het beeld verschijnen.
Een andere man ging voor de vrouw van het kasteel van Leeuwergem naar diezelfde waarzegster omdat in dat kasteel veel werd gestolen. De waarzegster deed in het glas de dieven met zakken op hun rug verschijnen.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.2 Tovenaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
9E
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Leeuwergem (kasteel van)    Leeuwergem (kasteel van)   

kasteel van Leeuwergem    kasteel van Leeuwergem   

Naam Locatie in Tekst

Grotenberge    Grotenberge   

Plaats van Handelen

Gent    Gent