Hoofdtekst
Mij vader heb ich ooch dik horen vertellen van ne mens daar in de Kamert die altijd tegenslag had in de stal. En daar was ooch zo'n oud moederke dat daar altijd over den dorpel kwam. Die mens ging daarvoor naar de pastoor en de pastoor zei: 'Gij moet uwe stal eens op 'n goei diepte leeg maken en er andere grond in doen en de grond die ge er uit haalt die gooide maar op de weg en dan moet ge eens opletten, daar zal geen een paard overgaan. ''t Eerste paard dat daar komt zal wel links of rechts uitspringen.' En ze deden dat en wezenlijk waar, 't eerste paard dat daar kwam, sprong weg. Maar 't was gedaan, ze hebben nooit niks meer voorgehad in de stal.
Beschrijving
Een man bij wie altijd een oud vrouwtje op bezoek kwam, had veel ongeluk in zijn stal. Toen de man bij de pastoor te rade ging, sprak de geestelijke: "Je moet eens nieuwe aarde in je stal leggen. De aarde die je uit de stal haalt, moet je maar op de weg gooien. Je zal zien dat er geen enkel paard over die aarde zal lopen". Zo gebeurde het ook. Sindsdien heeft de man geen ongeluk meer gehad.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
180
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hechtel   
