Hoofdtekst
Vroeger gongen de boeren van hier met koren naar Maastricht met zes, zeven karren, dat werd gedorsen met de vlegel. En daar onderweg, waar weet ik ook niet, was zo'n smal straatje, uitgehaald in 'ne berg en daar stonden dennen op. Daar zaten de schelmen vèèrig. Maar éne gong voorop en die had het paard in 't gaan zijn gebit uitgedaan en aan de berrie had hij een hakske hangen, zo'n klein hakske, wat omgebogen met 'ne lange steel in . Dat had hij bij zich gepakt. Daarmee komt er ene afgelopen en pakt het paard met zijn gebit, maar hij pakt mis en hij pakt zich aan de berrie vast. En toen slaat de boer het paard, en dat er van door; en met dat hakske sloeg hij de schelm van de kar af. Toen kosten ze door, maar dat was anders iets. Want alleen kos ene daar niet varen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Vroeger gingen de boeren uit Beek naar Maastricht om er het koren te dorsen. Onderweg kwamen ze voorbij een klein straatje waarin de bokkenrijders zich vaak schuil hielden. De boer die voorop ging, was echter bedacht op een aanval en had een haak aan de kar bevestigd, waarmee hij aanvallers kon afschudden.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beek   
Plaats van Handelen
Maastricht   
Beek   
