Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0056_0056_477 - De alvermannekes van de Koelesberg

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

De auwelkes zaten in Bree in de vesting en die gongen bij de boeren dorsen. Die dorsten voor 'ne spekkoek, maar ze deden alle deuren vast toe. De boer bracht hun die, maar op ene had hij 'ne leren lap gelegd, in plaats van 'ne braai spek. En d'ander aten hunnen braai op en toen die aan de beurt kwam, zei hij: 'Me toch, waat einen teie fitsefats.' Dat zei hij. Met het middag- en avondluien zijn die weg getrokken, zeggen ze.

Onderwerp

SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"    SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   

SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)    SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   

Beschrijving

De alvermannetjes woonden in de buurt van de stadswallen in Bree. 's Nachts gingen ze bij de boeren het graan dorsen in ruil voor een koek. Op een dag had de boer op één van de koeken een leren lap gelegd. De andere alvermannetjes hadden hun koek al op, maar toen die ene proefde, zei hij: "Wel toch, wat voor een taaie koek is dit!"
Men vertelde dat de alvermannetjes waren weggegaan toen men besloot om 's middags en 's avonds de kerkklokken te luiden.

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
De alvermannekes van de Koelesberg: variant (Bree)
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Bree    Bree   

Plaats van Handelen

Bree    Bree