Hoofdtekst
De auwelkes zaten in Bree in de vesting en die gongen bij de boeren dorsen. Die dorsten voor 'ne spekkoek, maar ze deden alle deuren vast toe. De boer bracht hun die, maar op ene had hij 'ne leren lap gelegd, in plaats van 'ne braai spek. En d'ander aten hunnen braai op en toen die aan de beurt kwam, zei hij: 'Me toch, waat einen teie fitsefats.' Dat zei hij. Met het middag- en avondluien zijn die weg getrokken, zeggen ze.
Onderwerp
SINSAG 0066 - Die zähe "fikkefak"   
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
De alvermannetjes woonden in de buurt van de stadswallen in Bree. 's Nachts gingen ze bij de boeren het graan dorsen in ruil voor een koek. Op een dag had de boer op één van de koeken een leren lap gelegd. De andere alvermannetjes hadden hun koek al op, maar toen die ene proefde, zei hij: "Wel toch, wat voor een taaie koek is dit!"
Men vertelde dat de alvermannetjes waren weggegaan toen men besloot om 's middags en 's avonds de kerkklokken te luiden.
Men vertelde dat de alvermannetjes waren weggegaan toen men besloot om 's middags en 's avonds de kerkklokken te luiden.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (bree en omstreken)
De alvermannekes van de Koelesberg: variant (Bree)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Bree   
