Hoofdtekst
‘k En ’t ik nog horen spoken. ’t Wierd lik stanvastig me kloefen gesmeten achter den trap en heel ’t huus daverde en o je goengk gaan kieken zaag je niemand.
Beschrijving
Op de trap werd met klompen gegooid, waardoor het hele huis daverde. Wanneer men ging kijken, was er echter niets te zien.
Bron
M. Vander Cruysse, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (n van brugge)
251
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dudzele   
