Hoofdtekst
Do had een vrouw 'n bussel kroteloof (betenloof) gehaald en die had die bussel kroteloof op hare nek en toen moest ze 'n goor (hekken) ingaan. Die gong toe met e kittelke (kettinkje) en ze dacht in h'r eigen 'Wol die goor nu eens van alleen opengaan' - weiste (hoe ge) al denks alste 'n bussel al zo lang gedragen hebs. En duw, wei (toen) ze dat dacht, duw gong die goor op, van alleen en duw zegt ze: 'God zal 't dech lonen.' En duw zei do 'n stem: 'Do heb ich al honderd jaar op gewacht. Nu bin ich verlost.'
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een vrouw die een bussel bietenloof op haar schouders droeg, moest voorbij een hekje. Toen het hekje vanzelf openging, zei de vrouw dankbaar: "God zal het je lonen!" Daarop antwoordde een stem: "Daar heb ik al honderd jaar op gewacht. Nu ben ik verlost".
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rosmeer   
