Hoofdtekst
Mijn moeders moedre is nog weregekeerd. En z’hoorden alle nachte geruchte ip zoldre met ketens. Ze goengen naar de paters. En je zei: "Ge moet d’r tegen klappen (spreken), en o ze heur hand uitsteekt, moe j’ d’r n’een handdoek naar smijten." En z’hoorden ’t were en ze vroegen o ze gezoenden was van den duvel, ton moest ze voortgaan maar o ’t van God was, ton moeste ze klappen. En ze stak heur hand uit en me smeten n’een handdoek en je was heel verbrand. En ze vroegen ton waarom da ze kwam. En ze zei da ze nog n’een heleboel messen moest doen doen. En z’hèn da seffens gedaan en z’hèt ton nog ne keer weregekeerd voor ze te bedanken da ze verlost was.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Mensen die iedere nacht op hun zolder kettingen hoorden rammelen, gingen naar de paters. Het was de overleden grootmoeder die kwam spoken. De geestelijken gaven de mensen de volgende raad: "Je moet met het spook praten en als ze haar hand uitsteekt, dan moet je er een handdoek naar gooien." De mensen spraken tot het spook: "Ben je door de duivel gezonden, vertrek dan. Ben je door God gezonden, spreek dan." Het spook brandde een hand in de handdoek en zei dat er nog heel wat missen moesten gedaan worden. Toen de missen gedaan waren, is de dode vrouw nog éénmaal teruggekeerd om haar familie te bedanken.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (o van houtland)
195
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hertsberge   
