Hoofdtekst
B: Maar ‘k heb nog gehoord, hiervoor, ze waren op ’t land aan ’t werken met de paarden né en dat er daar één passeerde, maar ’t was een mannemens die passeerde, die ook iets kon zeker né. En hij passeerde daar en hij zei iets, maar ‘k weet het woord niet meer. En de paarden stonden en ze konden ze al geen kanten meer doen weggaan. En ze zweetten, zei m’n vader, dat ’t sop van hen liep. En voor dat hij gesproken had gingen ze niet voort.A: En zeggen dat ’t op Warden Ooms hofstee was.B: Ah ja, ’t was op Warden Ooms hofstee.A: Waar dat hij geboren is te Beselare.B: Warden Oom heeft daar gewoond. ’t Is daarvoor dat ze zeggen de Warden Oom-dreef né.X: Maar ’t was een tovenaar?-B: Ja. Dat was een tovenaar, dat was één die werkte met de zwarte boek zeker…
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Enkele mensen waren op het veld aan het werken, toen er een man voorbijkwam, die over bijzondere krachten beschikte. Plots bleven de paarden stilstaan en begonnen de dieren te zweten. Pas toen de voorbijganger had gesproken, konden de paarden weer voort. De man was een tovenaar die zwarte boeken bezat.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
11
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
