Hoofdtekst
Miel Bosart, ie had een kindje dood. En een beetje daarachter sterfdege er nog eentje. ’t Was daar enen, Gori van Sint Cornelis die daar kwam, en die de naam had dat ie toveren koest. De paster is moeten komen, en ze hebben Gori moeten buiten steken, ie zou ze gerenueerd hebben.
Beschrijving
Een vader bij wie twee kinderen waren gestorven, kreeg vaak bezoek van een man over wie men vertelde dat hij kon toveren. De pastoor is moeten komen om die man buiten te gooien.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
376
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
