Hoofdtekst
‘k Heb ik ook nog gehoord vroeger datter hier een paster was die vele koste (kon). ‘k Geloof dat het ook den deen van Slijpe was. Je (hij) zei hij datten de mensen hadde in flessen getrokken as ze niet deden datten zei. En je koste (hij kon) ’t wè. Ze kwamen een keer appels stelen binst datten aan ’t preken was, in zijn hof en die gasten bleven aan de boom plakken, ‘k kennen ik een die daar bij was, en ze kosten d’r niet af tot datten hij zelve kwam.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Een pastoor beweerde dat hij ongehoorzame mensen in een fles kon trekken. Toen enkele kwajongens in de tuin van de pastoor appelen wilden stelen tijdens de preek, bleven de dieven aan de boom plakken. Ze werden pas bevrijd toen de pastoor uit de kerk kwam.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (kamerlingsambacht)
268
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mannekensvere   
