Hoofdtekst
Ik heb ook eens iets gehoord. Mensen die een deur niet openkregen en ’t was niets, ze was niet vast of niets. En de pastoor werd erbij gehaald en er lag een vingerhoed ergens op de schoorsteen en de pastoor zei dat ze die vingerhoed moesten wegnemen. En ze konden normaal binnen. Ik heb dat gehoord van mijn vriendin van Tiegem.
Beschrijving
In een huis waar men de deur niet meer openkreeg, liet men de pastoor komen. Er lag ergens een vingerhoed op de schoorsteen en de pastoor zei dat men die vingerhoed moest wegnemen. Daarna konden de mensen opnieuw langs hun deur naar binnen gaan.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (zuiden)
16A"
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mater   

