Hoofdtekst
Heksenmeester slaat de heks van het paard.En dan hier op een hoef bij Gust Janssens. Op die hoef spookte dat ook. 's Nachts huilden die peerden. Die wieren 's nachts afgereien en dan waren die zo nat as iet. En da peerd da liep 's nachts rond op de mestput. D'r was d'r ook ene die van de kunst was en die kwaam daarveur. En die pakt ne stok en elke keer dat da peerd langs hem kwaam, sloeg hem erop. Hij zaag die toverheks zitten op da peerd, maar dien andere nie. En hij sloeg tot ze van 't peerd viel en hij sloeg heuren bil af. Manneke! Dat is daar stil gaan beteren, maar dat heet daar gespookt se! Deuren opengooien en zo. Ze kosten daar geen knechten houwen en de zeunen die wouwen nie blijven wonen. Z'hemmen een nief hoef op een ander plak gezet. Maar da zijn nauw ander mensen.
Beschrijving
Op een boerderij in Zandvliet spookte het. De paarden hinnikten er 's nachts en waren 's ochtends helemaal bezweet. Geen enkele knecht wilde op die boerderij blijven en zelfs de zonen van de boer verhuisden. Op een dag liet men een man komen, die met een stok sloeg naar de toverheks die het paard bereed. De andere mensen konden die heks niet zien. Uiteindelijk sloeg de man de heks van het paard, waardoor ze een bil brak. Daarna kwam op die boerderij stilaan een einde aan de toverij.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
208
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zandvliet   
Plaats van Handelen
Zandvliet   
