Hoofdtekst
O ze ter dood veroordeeld woren om de kop ofgedon te zijn, Bakelandt wos de latsten en o ze vroegen otten geen genade moste één zeiten: "’k Eén ik nooit geen gegeven en ‘k moeten ook geen één." Enne stoend dor met zijn borst vooruutgestoken, fier lik e pauw. Bakelandt ee begunnen stelen met e koeke. ‘k Eén dat toch oltijd gelezen in de grote Bakelandt. ’t Stoenden dor portretten in. ’t Woren dor van die gasten die commerce dein in dag om olles of te spionnen. En die in zijn handen gerochte, gerochte dor niet meer uut. ’t Wos dor geen doen an.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Toen de bende van Bakelandt werd terechtgesteld, werd bendeleider Bakelandt als laatste onthoofd. Vooraleer dat gebeurde, vroeg men hem of hij genade wilde. Daarop antwoordde Bakelandt: "Ik heb zelf nooit genade gegeven en ik wil er nu ook geen".
Bakelandt is als kind beginnen stelen. Het eerste wat hij had gestolen, was een koek. De rovers van de bende van Bakelandt gingen overal leuren om inbraken voor te bereiden. Wie zich met de bende van Bakelandt had ingelaten, geraakte er niet meer uit.
Bakelandt is als kind beginnen stelen. Het eerste wat hij had gestolen, was een koek. De rovers van de bende van Bakelandt gingen overal leuren om inbraken voor te bereiden. Wie zich met de bende van Bakelandt had ingelaten, geraakte er niet meer uit.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
122D
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
