Hoofdtekst
De bokkerijders reden door de lucht en als er ergens de was te drogen hing, dan pakten ze die mee terwijl ze erover vlogen. Ge zaagt niet, ge hoorde alleen zo maar een zui, maar uwe was was weg. Die mannen gingen op een bok zitten, zeven man op de rug en nog ene op zijn staart, en dan zegden ze: 'Over heggen en hagen' tot waar ze gingen stelen. Eens hadden ze de was van de koning van Engeland gestolen. Die zijn allemaal te Wellen verbrand geworden.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders vlogen op een bok door de lucht, met zeven mensen op de rug van het dier en één op de staart. Ze zeiden dan "Over heggen en hagen", waarna de bok vertrok. De bokkenrijders gingen vaak de was stelen die de mensen buiten lieten drogen. Die rovers hebben zelfs een keer de was van de koning van Engeland gestolen.
De bokkenrijders werden allemaal verbrand in Wellen.
De bokkenrijders werden allemaal verbrand in Wellen.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
4. Historische sagen
zuid-limburgs
De Bokkerijders rijden door de lucht: variante 3
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Werm   
Plaats van Handelen
Wellen   
Engeland   
