Hoofdtekst
M’n kameroaden gieng(en) gon werken bie de boeren. Ze kwamen thuus slapen. An Stalhille hoarden ze schufelen. Den een wilde were schufelen, mo je mochten ie van den anderen. En assamo (altijd maar) da schufelen. Je schufelde toch were, ’t schufelen kwam noar (nader). Tegen da z’an ’t hekken woaren, was ’t schufelen ol tegen under. En ze zagen nietent.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Enkele mannen die bij een boer werkten, gingen iedere avond naar huis. In Stalhille hoorden de mannen geschuifel, hoewel er niets te zien was. Het geluid kwam steeds dichterbij.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (nw van houtland)
9.10
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ettelgem   
Plaats van Handelen
Stalhille   
