Hoofdtekst
Spookserpent op weg.En de garden hier ook nog is. Frans Verschaeren – de vent is na dood – dien heeg het mij dikwijls verteld. Den ouwe garde, dien had altijd de gewoonte 's nachts rond 't kerkhof te gaan. Frans Verschaeren die was hulpgarde: da was in den anderen oorlog. En 's anderendaags vertelt den ouwe garde da tegen Frans Verschaeren. Hij kwaam vroem langs de nonnekesschool en tegen de nonnekes daar was een huis, en daar laag een heel groot, zwart serpent, zo iet verschrikkelijk. En zijnen Baron, zijnen hond ei, die ga lopen. Hij zegt: "Frans, eer dak ik thuis was, mijn benen gingen nie veuruit." Da zei den ouwe garde, dat dat echt gebeurd was. En as hem thuis kwaam, zat den Baron op den dorpel, en die was nooit nie bang, van geen een beest en hij riep hem en hij liep maar deur. En Frans Verschaeren geloofde da: "Daar ken ik den ouwe garde veel te goe veur." En die was van niks bang.
Beschrijving
Een veldwachter had de gewoonte om 's nachts over het kerkhof te wandelen. Toen de wachter voorbij de zustersschool kwam, zag hij daar een zwart serpent op de grond liggen. Zijn hond liep bang weg, hoewel het een dier was, dat normaal gezien nooit bang was. Toen de veldwachter thuiskwam, zag hij zijn hond op de drempel zitten.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
67
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oosterweel   
