Hoofdtekst
26A Dat was van die van Thijs, dat zeiden ze dan van dat zwart manneke dat ze moesten… Maar vroeger was dat zo, van elke dag een lek bloed en dan op het einde zag dat allemaal zwart. Maar ik kan me dat niet voorstellen hoe dat zou zijn. x Nee.26A Ik weet dat niet. En om daar vanaf te geraken waren ze dan naar de paters van Diest gegaan.x Ja.26A En dan moesten ze drie weken, geloof ik, blijven. En ik weet het niet, ik weet het allemaal niet hoe dat ineen zat, maar dan geraakte die daar toch vanaf. Maar dat is allemaal van horen zeggen.x Ja, maar ja.26A Ja, want er zijn er nog wel die dat weten. Maar veel mensen zijn er niet meer, veel oude mensen. x Nee.
Beschrijving
Een man had een zwart mannetje waaraan hij iedere dag een druppel bloed moest geven. Om dat mannetje kwijt te raken, moest de man drie weken bij de paters van Diest verblijven.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
26A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pah Thys   
paters van Diest   
Diest (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Diest   
