Hoofdtekst
Ene jong, die goenk trouwen er was op de kerkhof geweest en er had do tegen enen doodskop gestampt. Er zei: 'Als do nog e leven is achter dit leven, dan nodig ich oech deze avond op den dis.' Toen koem daarna iets kloppen aan de deur en de deuren waren allemaal vast gesloten. 'Binnen, zei iemand, ver verwachten vandaag niemand meer. Ze zijn allemaal hier' en toen koem dien doodskop ingerold. Er pakte die wat hem genood had met de benen en er houwde hem tegen de muur dat de stukken voertvlogen en die wat genodigd waren sprongen onder vensters en deuren uit. Dat heeft mech mijn moeder nog verteld.
Beschrijving
Een jongen die ging trouwen, had op het kerkhof tegen een schedel gestampt en gezegd: "Als er nog leven is na de dood, dan nodig ik jou deze avond uit op mijn feest". Die avond hoorden de gasten iets op de deur kloppen. Omdat alle genodigden reeds aanwezig waren, wilde men de deur niet opendoen. Plots kwam er echter een schedel naar binnen gerold, die de bruidegom tegen de muur sloeg.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
225
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beverst   
