Hoofdtekst
Il y avait une ferme. Un jour, on avait vu un loup-garou, vêtu d’une peau d’âne. Il volait tous les enfants, qu’il voyait, surtout quand il faisait noir. Quand nous n’étions pas sages on disait : « Le loup-garou va venir. » On disait qu’il habitait dans les arbres ou derrière les haies.
Beschrijving
Op een boerderij zag men op een dag een weerwolf die gekleed was in een ezelsvel. Wanneer het donker was, kwam die weerwolf alle kinderen stelen die hij zag. Wanneer de kinderen niet braaf waren, sprak men tot hen: "De weerwolf zal komen!" men vertelde dat de weerwolf in de bomen of achter de hagen woonde.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.6 Weerwolven
frans
68
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Roncq   
