Hoofdtekst
Ze kaam e keer van de platse. Ze wunde toen in "de Smoeselare", holfweg Gitsberg. Die waterduvel lag dor juuste up den draai van de kossie. En je lag ulder de weug of en ze zijn toen olglijk voortgegon. En o z’e bitje vodder kamen de berg of, diezelfste kerel lag dor were ulder de weug of. Die waterduvels, dat woren grote beesten die goed woren om de minschen te verleên.
Beschrijving
Enkele mensen die naar 'de Smoeselare' in Gitsberg gingen, zagen onderweg de waterduivel liggen. Wat verderop zagen ze de waterduivel weer langs de weg liggen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (vrijbos)
196F
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hooglede   
Plaats van Handelen
Smoeselare (Gitsberg)   
Gitsberg   
