Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

IKENE0229_0229_6393 - Meisje herkend [sic] haar verloofde aan de vezels van een zakdoek: variant (Sint-Huibrechts-Lille)

Een sage (mondeling), 1957

Hoofdtekst

Weerwolven dat was eigenlijk e soort die kregen boekskes, slechte boekskes en daar kont ge nooit meer van af komen. Ge kont da tien keren in den hoven gooien, dat kwam altijd terug. En met die boekskes hadden die de macht om buitengewoon zaken te doen, een soort superstitie zal ich maar zeggen. Als ze dan die ogenblikken hadden dat ze dat op hun lijf kregen dan moest er iet gebeuren. Ich ken e vrommes dat zo met ne beer is meegeweest, maar die wist dat natuurlijk nie. En toen ze op 'n zeker plak kwamen toen stopte hij ergens en hij zei: 'As och seffes iet tegenkomt, ge moet gene bang hebben, gooi uwen tesnuzzek maar' en hij schoot de heg achter. En op ne keer komt er zo ne grote weerwolf achter uit geschoten op haar af. En zij deed natuurlijk wat de jong gezegd had. En toen hij terugkwam had hij nog stukker van den tesnuzzek tegen zijn bakkes hangen. Maar ge kunt er zeker van zijn dat 't vrommes niemeer mee ging.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Weerwolven bezaten een toverboekje dat ze niet meer konden kwijtraken, zelfs niet door het in de oven te gooien. Een man die met zijn vriendin een wandeling maakte, zei plots: "Ik moet even weg. Mocht er iets op je af komen, gooi dan je zakdoek naar het beest". Toen er opeens een weerwolf verscheen, deed de vrouw wat haar was aangeraden. Even later kwam haar vriend terug en stelde de vrouw vast dat hij de vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.

Bron

I. Kenens, Leuven, 1957

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
295
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Huibrechts-Lille    Sint-Huibrechts-Lille