Hoofdtekst
De moare, da’s stilstand van bloed. Van mien was ’t e vromens. Van e vint is ’t e vromèns en van e vromèns is ’t e vint. J’hoart de deure opengoan, de trap ipkommen, ze smieten de dekselsd van je weg en ze smieten under ip je lik e blok van hoenderd kilo. J’è gin asem mi; je ku nie roepen, je zwit. U je gestuukt wordt, is ’t weg.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
De maar was een stilstand van het bloed. Een vrouw werd door een mannelijke maar bereden; een man door een vrouwelijke maar. Mensen die door de maar werden bereden, hoorden voetstappen op de trap, waarna de deur werd opengemaakt en de dekens van het bed werden getrokken. Vervolgens voelde het slachtoffer een gewicht van wel honderd kilo. Mensen die door de maar werden bereden konden niet ademen of roepen. Wanneer men een stoot kreeg, was men van de maar verlost.
Bron
M.-R. Nijsters, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (nw van houtland)
97.2
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oudenburg   
