Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Twee geliefden kwamen op een avond terug van de kermis. Onderweg werd de jongen onrustig en sprak tot zijn vriendin: "Ik moet even weg. Als iemand je zou lastig vallen, gooi dan een zakdoek". Toen het meisje vijf minuten alleen stond, hoorde ze gebrom achter zich. Ze draaide zich om en schrok hevig bij het zien van een weerwolf. De weerwolf kwam dichterbij en begon vervaarlijk rond te springen. Het meisje gooide haar zakdoek, die door de weerwolf werd verscheurd. Even later was de jongen terug en vernam wat er was gebeurd. Toen de geliefden thuiskwamen, zag het meisje plots dat haar vriend stukjes van haar zakdoek tussen zijn tanden had. Het meisje liep huilend naar huis en wist nu dat haar vriend een weerwolf was.
Bron
J. Van Hout, Leuven, 1962
Commentaar
1.6 Weerwolven
antwerps (geel, gierle, kasterlee, lichtaart,...)
514
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geel   
