Hoofdtekst
Gielkes Willem en nog drei man woren aan 't tesen (kaarten) en moeder woor do ook bij en ze hadden juist een houtmijt recht gezet. In ene keer hoorden ze zo'n hevetig (heftig) gekraak en toen zei Willem 'Nondeju, ger heb mech do get (wat) recht gestoten en dow gongen ze allemaal buiten. - Nonde ju, zei er, do is nog gene stok gebougeerd. Dat heeft ons de goeie jong weer gelapt. Dat was de wèrewolf, hé. Dat heeft mech moeder honderden keren verteld.
Beschrijving
Toen Willem C. met drie vrienden zat te kaarten, hoorde hij buiten plots hout kraken. Er was echter niets te zien. Het was de weerwolf geweest.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
108
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Willem C.   
Naam Locatie in Tekst
Hoelbeek   
